Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:515

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
23/1960 VALYS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling afwijzing hoog persoonlijk kilometerbudget Valys door MedTadvies

Appellant, geboren in 1953, heeft mobiliteitsbeperkingen en beschikt over een standaard Valys-pas. Hij vroeg MedTadvies om een hoog persoonlijk kilometerbudget toe te kennen, maar dit werd op 24 juli 2022 afgewezen omdat appellant medisch gezien met begeleiding en hulpmiddel (zoals een rolstoel) verantwoord met de trein kan reizen.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit. De rechtbank vond het medisch onderzoek van MedTadvies zorgvuldig, ook zonder lichamelijk onderzoek, en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij uit medisch oogpunt niet met de trein kan reizen. Ook werden de door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals defecte liften en onvoldoende NS-assistentie, niet als voldoende onderbouwd beschouwd.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij door zijn kwetsbaarheid en ontoereikende voorzieningen niet met de trein kan reizen. De Raad concludeert dat de gronden van appellant grotendeels een herhaling zijn van eerdere bezwaren, die door de rechtbank gemotiveerd zijn beoordeeld. De Raad onderschrijft het oordeel dat het ontbreken van een lichamelijk onderzoek niet leidt tot onzorgvuldigheid en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de voorzieningen ontoereikend zijn.

De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor appellant geen recht heeft op een hoog persoonlijk kilometerbudget. Tevens krijgt appellant geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot afwijzing van het hoog persoonlijk kilometerbudget blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
23/1960 VALYS
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 13 juni 2023, 22/2603 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
MedTadvies B.V. (voorheen: FMMU Advies B.V.) (MedTadvies)
Datum uitspraak: 7 mei 2026

SAMENVATTING

Deze uitspraak gaat over de vraag of MedTadvies de aanvraag van appellant voor een hoog pkb terecht heeft afgewezen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. De arts van MedTadvies hoefde appellant in dit geval niet lichamelijk te onderzoeken. Die arts heeft inzichtelijk gemotiveerd dat appellant onder begeleiding en met een hulpmiddel (bijvoorbeeld een rolstoel) op verantwoorde wijze gebruik kan maken van de trein.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld. MedTadvies heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere informatie verstrekt.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 17 juli 2024. Voor appellant is mr. Bos verschenen. MedTadvies is niet verschenen. De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
De enkelvoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een meervoudige kamer.
Op 26 maart 2026 is de zaak behandeld op een nadere zitting. Appellant is niet verschenen. MedTadvies heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Ramnath.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 1953, heeft beperkingen in zijn mobiliteit. Hij beschikt over een Valys-pas met een standaard persoonlijk kilometerbudget (standaard pkb). Appellant heeft bij MedTadvies een aanvraag ingediend om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb).
1.2.
Bij besluit van 24 juli 2022, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 10 oktober 2022 (bestreden besluit), heeft MedTadvies de aanvraag van appellant afgewezen. MedTadvies heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant medisch gezien in staat is om met begeleiding en met een hulpmiddel met de trein te reizen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geen reden gezien het onderzoek onzorgvuldig te achten. De arts van MedTadvies heeft alle aanwezige medische informatie beoordeeld. Als de arts zich een duidelijk beeld kan vormen van de beperkingen van appellant op basis van het medisch dossier (en het gesprek met appellant), dan mag hij een eigen onderzoek achterwege laten. Appellant heeft niet toegelicht of onderbouwd waarom de arts zonder het verrichten van een eigen (lichamelijk) onderzoek geen juist beeld kan hebben gehad van zijn beperkingen. De arts heeft geconcludeerd dat appellant met een hulpmiddel en begeleiding met de trein kan reizen. Naar het oordeel van de rechtbank is appellant er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij uit strikt medisch oogpunt niet met de trein kan reizen. Verder heeft de rechtbank overwogen dat geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft appellant alsnog in aanmerking te brengen voor een hoog pkb. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat, en hoe vaak, de liften op stations het niet doen en/of de NS-assistentie niet beschikbaar is. De omstandigheid dat appellant vaak valt is volgens de rechtbank evenmin een bijzondere omstandigheid in de zin van het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Indicatieprotocol). Wanneer appellant gebruik maakt van een rolstoel, is het valgevaar namelijk zeer klein.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellant heeft MedTadvies geen zorgvuldig onderzoek verricht. De arts van MedTadvies heeft ten onrechte van een lichamelijk onderzoek afgezien. Appellant kan door zijn chronische medische beperkingen niet met de trein reizen. Hij is zeer kwetsbaar, waardoor hij makkelijk valt. Ook kan hij niet overal gebruik maken van een rolstoel en zijn liften vaak defect. Verder is onvoldoende personeel beschikbaar om begeleiding te bieden en zijn ook de voorzieningen onvoldoende.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in grote lijnen een herhaling van de in beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en daarover een gemotiveerd oordeel gegeven. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt hieraan het volgende toe.
4.2.
De omstandigheid dat de arts van MedTadvies appellant niet lichamelijk heeft onderzocht, betekent niet dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Op basis van de beschikbare (medische) gegevens heeft de arts zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de beperkingen van appellant bij het reizen per trein. De arts heeft op inzichtelijke wijze gemotiveerd dat appellant onder begeleiding en met een hulpmiddel (bijvoorbeeld een rolstoel) op verantwoorde wijze gebruik kan maken van de trein.
4.3.
Appellant heeft zijn beroepsgrond dat op stations onvoldoende personeel en voorzieningen beschikbaar zijn niet onderbouwd. Alleen al daarom vormt deze beroepsgrond voor de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. Dat toepassing van de criteria in het Indicatieprotocol in dit geval leidt tot een uitkomst die onredelijk bezwarend voor appellant uitpakt is ook overigens niet gebleken. [1]

Conclusie en gevolgen

5. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
6. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten. Ook krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en K.H. Sanders als leden, in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) A.A. Verweij

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels

Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget
Paragraaf 3 – Criteria
Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als:
de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
Toelichting
(…)
Doel van de inhoudelijke beoordeling is vast te stellen of een aanvrager gezien zijn ergonomische belemmeringen (criterium 2) en/of chronische medische toetsbare beperkingen (criterium 3) niet met de trein kan reizen. Omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons, zijn in beginsel geen reden voor toekenning van een hoog pkb.
FMMU Advies (lees: MedTadvies) gaat er bij de beoordeling van uit dat pashouders bij het reizen zo nodig gebruik maken van individuele begeleiding en/of de door NS en Valys ter beschikking gestelde voorzieningen, zoals invalidentoiletten in de stations en in de treinen en NS-assistentieverlening. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van eventuele begeleiding tijdens de reis.
(…)
Paragraaf 4 – Medische gegevens en medisch onderzoek
FMMU Advies (lees: MedTadvies) beoordeelt de aanvraag op basis van de bij de aanvraag gevoegde medische gegevens. De plicht tot het verstrekken van medische gegevens en het onderbouwen van zijn of haar aanvraag rust op de aanvrager.
In het geval de medische gegevens van een aanvrager – als gevolg van een niet aan de aanvrager te wijten omstandigheid – ontoereikend zijn voor de afhandeling van zijn aanvraag, verricht FMMU Advies (lees: MedTadvies) een medisch onderzoek bij de aanvrager.

Voetnoten

1.Zie ter vergelijking de uitspraken van de Raad van 7 mei 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:513