Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.376,64;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV appellant tegemoet door een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij een IVA-uitkering werd toegekend met ingang van 17 juni 2022. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige en heropende het onderzoek, maar na intrekking van het hoger beroep werd het onderzoek gesloten zonder nadere zitting. De Raad beoordeelde de proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en wees een vergoeding van € 2.335 toe, vermeerderd met reiskosten van appellant zelf, maar wees de reiskosten van de echtgenote af omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138. De Raad oordeelde dat geen sprake was van een zaak van bovengemiddeld gewicht, zodat geen hogere wegingsfactor werd toegepast. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 29 april 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar niet tot vergoeding van de reiskosten van de echtgenote van appellant.