ECLI:NL:CRVB:2026:501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad heeft appellante meerdere malen verzocht het griffierecht van €143,- te betalen en de beroepsgronden in te dienen. Appellante deed een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd niet onderbouwd en afgewezen.
Ondanks herhaalde aanmaningen en verlengde termijnen heeft appellante het griffierecht niet voldaan en de beroepsgronden niet aangeleverd. De gemachtigde van appellante trok zich terug wegens gebrek aan contact. Pogingen van de Raad om appellante alsnog te bereiken en te informeren mislukten door onvolledige adressering en retour gezonden brieven.
De Raad concludeert dat appellante in verzuim is gebleven en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 29 april 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.