ECLI:NL:CRVB:2026:5

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
25/1491 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak inzake sociale zekerheidswetgeving

In deze zaak heeft verzoekster, woonachtig in Marokko, een verzoek om herziening ingediend van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:822. De Centrale Raad heeft op 12 januari 2026 uitspraak gedaan op dit verzoek. Tijdens de zitting op 10 november 2025 zijn partijen niet verschenen. De Raad heeft vastgesteld dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding geven tot herziening van de eerdere uitspraak. Volgens artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht kan een onherroepelijke uitspraak alleen worden herzien op basis van feiten die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die niet bekend waren bij de indiener en die, indien ze eerder bekend waren geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Verzoekster heeft enkel haar slechte financiële situatie aangevoerd als reden voor herziening, maar dit vormt geen basis voor het heropenen van de zaak. De Raad heeft het verzoek om herziening afgewezen, waardoor de eerdere uitspraak in stand blijft. Verzoekster krijgt het betaalde griffierecht niet terug.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2025, 24/408 ANW
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 12 januari 2026

SAMENVATTING

In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:822. Wat verzoekster heeft aangevoerd is onvoldoende om de uitspraak te herzien. De Raad wijst het verzoek daarom af.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:822.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 10 november 2025. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Met een uitspraak van 28 mei 2025 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard omdat het herzieningsverzoek waarop de rechtbank Amsterdam op 10 januari 2023 heeft beslist, betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb [1] en daartegen op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
1.2.
Op 1 juli 2025 heeft verzoekster een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2025 ingediend.
Het standpunt van verzoekster
2. Verzoekster heeft verzocht om het dossier opnieuw te bestuderen en een nieuw, gunstig besluit te nemen.

Het oordeel van de Raad

3. De Raad beoordeelt of aanleiding bestaat om de onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad van 28 mei 2025 te herzien. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die verzoekster in haar verzoek om herziening heeft aangevoerd. De Raad wijst het herzieningsverzoek af. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3.1.
Op grond van artikel 8:119 van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.2.
Verzoekster heeft om herziening gevraagd omdat zij graag een gunstige beslissing wil ontvangen vanwege haar slechte financiële situatie. Zij heeft geen nieuwe informatie ter onderbouwing van haar verzoek ingediend.
3.3.
Het verzoek om herziening komt erop neer dat verzoekster opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 28 mei 2025. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:828) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen, terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Conclusie en gevolgen

3.4.
Het verzoek om herziening wordt afgewezen. Dit betekent dat de uitspraak van 28 mei 2025 in stand blijft.
4. Verzoekster krijgt daarom het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) C.K. Teunissen

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos comme membre, en présence de C.K. Teunissen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 12 janvier 2026.
(signé) E.E.V. Lenos
(signé) C.K. Teunissen

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.