ECLI:NL:CRVB:2026:481
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering bij overlijden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen uit Nederland ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden, noch vrijwillig, noch verplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege haar slechte financiële situatie en het ontvangen van een AOW-pensioen door haar echtgenoot recht had op de ANW-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, noch op grond van Nederlandse wetgeving, noch op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Navraag bij de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie bevestigde het ontbreken van verzekerde tijdvakken. De financiële situatie van appellante rechtvaardigt geen toekenning van de uitkering.
Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de ANW-uitkering blijft in stand.