Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:481

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
24/2323 ANW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene ouderdomswetAlgemene nabestaandenwetAlgemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering bij overlijden echtgenoot

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen uit Nederland ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden, noch vrijwillig, noch verplicht.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege haar slechte financiële situatie en het ontvangen van een AOW-pensioen door haar echtgenoot recht had op de ANW-uitkering.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, noch op grond van Nederlandse wetgeving, noch op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Navraag bij de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie bevestigde het ontbreken van verzekerde tijdvakken. De financiële situatie van appellante rechtvaardigt geen toekenning van de uitkering.

Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de ANW-uitkering blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2323 ANW-PV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2024, 23/4646 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 1 april 2026
Zitting heeft: A. Hoogenboom
Griffier: M. Dafir.
Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1946, woonde in Marokko en ontving een AOW [1] -pensioen uit Nederland. Hij is op [datum] 2022 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW [2] aangevraagd.
2. Met een besluit van 29 maart 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 5 juni 2023 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt en de uitkering nodig heeft om haarzelf en haar familie te ondersteunen. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot een AOW-pensioen uit Nederland ontving.
5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Appellante kan verder op grond van het NMV [3] geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat uit de gegevens van de Svb blijkt dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering. Het feit dat de echtgenoot van appellante een AOW-pensioen ontving maakt dat oordeel niet anders, nu dat geen criterium is voor het ontvangen van een ANW-uitkering.
6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad navraag heeft gedaan bij de Svb of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb heeft een formulier MN/NM 205 dat door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale is opgesteld verstrekt. Daaruit blijkt dat geen sprake is van verzekerde tijdvakken in 2022. De Raad is van oordeel dat daarmee aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten, zodat appellante niet op die grond aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt en de uitkering nodig heeft om zichzelf en haar familie te ondersteunen, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANWuitkering.
7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen(getekend) A. Hoogenboom
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.

Voetnoten

1.Algemene ouderdomswet.
2.Algemene nabestaandenwet.
3.Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.