ECLI:NL:CRVB:2026:480
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering op overlijdensmoment
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot die sinds 2011 in Marokko woonde en een remigratie-uitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW noch onder de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat de bepalingen van de ANW dwingend zijn en geen ruimte bieden voor afwijkingen op basis van persoonlijke omstandigheden zoals het feit dat appellante weduwe is en voor twee kinderen zorgt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar echtgenoot in Nederland had gewerkt en dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en concludeerde dat uit het dossier en een formulier van de Marokkaanse sociale zekerheid blijkt dat er geen verzekerde tijdvakken waren in 2023. Daarom is er geen recht op een ANW-uitkering.
Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de ANW-uitkering blijft in stand.