ECLI:NL:CRVB:2026:474
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verzoek herziening WAO-uitspraak ongegrond verklaard
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de afwijzing van een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake WAO. De oorspronkelijke herzieningsaanvraag werd afgewezen omdat de verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd zoals vereist volgens artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
In het verzet stelde de verzoeker dat hij in Nederland had gewerkt, verzekerd was en ziek werd tijdens zijn werk, met ernstige gevolgen voor zijn gezondheid en financiële situatie. Echter, hij bracht geen nieuwe argumenten aan die de toepassing van de vereenvoudigde procedure door de Raad konden betwisten.
De Raad oordeelde dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast en dat het enkel herhalen van eerdere gronden geen aanleiding gaf tot twijfel over het eerdere oordeel. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door K.H. Sanders namens de Centrale Raad van Beroep op 9 april 2026.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.