ECLI:NL:CRVB:2026:469
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ANW-uitkeringszaak afgewezen
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een uitkeringszaak op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de gestelde termijn was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Appellante deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. In het verzet stelde zij dat haar overleden partner verzekerd was geweest en dat zij zelf ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft, waardoor zij recht meent te hebben op een ANW-uitkering.
De Raad beperkte de beoordeling in het verzet tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling van het hoger beroep terecht was toegepast. Appellante heeft echter niet aangevoerd dat de Raad onterecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan, maar slechts haar eerdere gronden herhaald. Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.