Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:468

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
24/1462 ANW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbAlgemene nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ANW-uitkeringszaak ongegrond verklaard

In deze zaak heeft appellante verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De Raad had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en er geen reden was om te veronderstellen dat appellante niet in verzuim was.

Appellante stelde in verzet dat haar overleden partner verzekerd was en dat zij zelf ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft, en dat zij aanspraak wil maken op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Echter, zij heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep is overgegaan.

De Raad heeft het verzet beoordeeld op de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast, waarbij het enkel herhalen van eerdere gronden onvoldoende is om het oordeel van de Raad te betwisten. Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/1462 ANW-V
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2024, 23/4637 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 9 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 10 januari 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder appellante op zitting te horen.
In verzet heeft appellante naar voren gebracht dat haar overleden partner verzekerd is geweest. Zij voert verder aan dat zij ziek is, ze geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft. Appellante wil in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.
Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep. Appellante heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van haar hoger beroep. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 10 januari 2025 door de Raad gegeven oordeel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
(getekend) K.H. Sanders
De griffier is verhinderd te ondertekenen.