ECLI:NL:CRVB:2026:458
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring incidenteel hoger beroep in zorgmeldingszaak ongegrond verklaard
Appellante had incidenteel hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin werd bepaald dat het dagelijks bestuur van de GGD en Veilig Thuis Haaglanden een zorgmelding moest vernietigen. De Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het dagelijks bestuur het hoger beroep had ingetrokken en uitvoering had gegeven aan de uitspraak.
Appellante deed verzet tegen deze beslissing, stellende dat het dagelijks bestuur de zorgmelding pas na intrekking van het hoger beroep uit het dossier had verwijderd en dat de gang van zaken haar en haar kinderen veel angst en onzekerheid had bezorgd. Zij verzocht tevens om oplegging van een dwangsom aan het dagelijks bestuur.
De Raad overwoog dat verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast en dat het procesbelang ontbrak omdat de zorgmelding inmiddels was vernietigd. De wens van appellante om een principieel signaal af te geven over het handelen van het dagelijks bestuur levert geen procesbelang op. Ook kan in deze verzetsprocedure geen dwangsom worden opgelegd.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee is de juridische strijd over de zorgmelding formeel afgesloten, waarbij appellante haar doel van verwijdering heeft bereikt, maar geen verdere uitspraak krijgt over het vermeende onrechtmatig handelen.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard omdat het procesbelang ontbreekt nu de zorgmelding is verwijderd.