ECLI:NL:CRVB:2026:454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangsom bij niet tijdig beslissen op meldingen verslechterde gezondheid WIA
Appellant, die een WIA-uitkering aanvraagt, meldde zich meerdere keren met een verslechterde gezondheid. Het UWV nam bij besluit van 15 augustus 2023 een beslissing waarin ook de meldingen van 22 september 2022 en 29 mei 2023 waren betrokken. Appellant stelde dat het UWV niet tijdig op deze meldingen had beslist en eiste een dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat het UWV wel degelijk op deze meldingen had beslist en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het besluit van 15 augustus 2023 alleen betrekking had op de melding van 18 juli 2023, en dat er geen medische beoordeling was van de eerdere meldingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Uit het rapport van de verzekeringsarts bleek dat de arts kennis had genomen van alle meldingen en dat de belastbaarheid niet wezenlijk was gewijzigd. Het ontbreken van een FML voor eerdere data betekent niet dat het UWV niet op die meldingen heeft beslist. Eventuele zorgvuldigheids- of motiveringsgebreken kunnen in bezwaar- en beroepsfase worden behandeld.
De Raad concludeerde dat het UWV geen dwangsommen heeft verbeurd en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De aangevallen uitspraak bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het UWV is niet gehouden tot betaling van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op meldingen verslechterde gezondheid.