ECLI:NL:CRVB:2026:453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 47,84% in WIA-uitkering
Appellante heeft zich ziekgemeld met cardiale problematiek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid vast van 15,28%, waarna aanvankelijk geen uitkering werd toegekend. Na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 47,84% en een WIA-uitkering toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vaststelling ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, omdat informatie van specialisten ontbrak en zij meer beperkingen had, waaronder een vervoersbeperking en energetische beperkingen. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. Het UWV handhaafde haar standpunt en verwees naar een gewijzigde medische situatie in 2025.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. De medische en arbeidskundige onderbouwing was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. De toekenning van een IVA-uitkering in 2025 weerspiegelt een latere verslechtering, maar leidt niet tot een andere beoordeling per 31 januari 2022. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante per 31 januari 2022 terecht is vastgesteld op 47,84%.