ECLI:NL:CRVB:2026:452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 4 augustus 2022 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zij stelt dat zij meer medische beperkingen heeft dan aangenomen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De medische beoordeling, gebaseerd op een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, concludeert dat appellante beperkingen heeft, maar dat deze niet leiden tot een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer. De functionele mogelijkhedenlijst van juni 2023 is daarbij leidend. De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de medische beoordeling, ook niet ondanks de door appellante aangevoerde toename van klachten en het verzoek om een onafhankelijke MDL-arts. De arbeidskundige beoordeling bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.