Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:451

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
24/2578 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen vereenvoudigde behandeling verzoek om herziening WAO-uitspraak ongegrond verklaard

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van verzoeker tegen de vereenvoudigde behandeling van zijn verzoek om herziening van een eerdere uitspraak over de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Verzoeker had het verzoek om herziening ingediend, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht en het ontbreken van een gegronde reden voor het niet betalen. Verzoeker stelde verzet in tegen deze procedurele beslissing.

De Raad beperkte de beoordeling tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast zonder verzoeker op zitting te horen. Verzoeker herhaalde zijn eerdere gronden, maar bracht geen nieuwe argumenten aan die twijfel konden doen ontstaan over de rechtmatigheid van de procedure.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees het verzoek om herziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door K.H. Sanders, in aanwezigheid van griffier C.M. Snellenberg.

Uitkomst: Het verzet tegen de vereenvoudigde behandeling van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/2578 WAO-V
Uitspraak op het verzet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2023, 23/1947 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 9 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 2 april 2025 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is.
Verzoeker heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Awb, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder verzoeker op zitting te horen.
In verzet heeft verzoeker naar voren gebracht dat hij in Nederland verzekerd is geweest. Hij voert verder aan dat hij ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft. Verzoeker vraagt aan hem een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen.
Verzoeker heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van zijn verzoek om herziening. Verzoeker heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van zijn verzoek om herziening. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 2 april 2025 door de Raad gegeven oordeel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
(getekend) K.H. Sanders
De griffier is verhinderd te ondertekenen.