ECLI:NL:CRVB:2026:447
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
Appellante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 15 augustus 2025, waarin de Raad zich onbevoegd verklaarde omdat het hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak waarop artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
In het verzetschrift stelt appellante dat zij geen inkomen of middelen heeft om in haar dagelijkse behoeften te voorzien, maar zij brengt geen objectief verifieerbare feiten aan die het gerechtvaardigd maken het appelverbod te negeren. De Raad overweegt dat het appelverbod alleen kan worden doorbroken bij evidente schending van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen zoals het recht op een eerlijk proces.
De Raad concludeert dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het appelverbod buiten toepassing doen laten, en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van griffier D. Semiz, op 8 april 2026.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de onbevoegdverklaring van haar hoger beroep wordt ongegrond verklaard.