ECLI:NL:CRVB:2026:444
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen stelde appellante verzet in.
Tijdens de behandeling van het verzet voerde appellante aan dat er sprake was van samenhangende besluiten waardoor geen griffierecht geheven zou mogen worden, en dat zij nieuwe feiten en omstandigheden wilde aanvoeren. De Raad stelde appellante in de gelegenheid haar gronden van verzet nader toe te lichten.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende besluiten en dat het griffierecht terecht was geheven. Bovendien had appellante geen feiten of omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was geweest met de betaling. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.