ECLI:NL:CRVB:2026:434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- C. Karman
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering permanente ontheffing arbeidsverplichting bijstand wegens onvoldoende bewijs duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht om permanente ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet (PW), omdat hij naar eigen zeggen duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is. Het dagelijks bestuur verleende hem meerdere tijdelijke ontheffingen wegens dringende redenen, maar wees het verzoek om permanente ontheffing af na een medisch belastbaarheidsonderzoek door Calder Werkt.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het besluit van het dagelijks bestuur omdat het advies van Calder Werkt niet zorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank gaf het dagelijks bestuur opdracht een nieuwe beslissing te nemen. Tijdens de behandeling bij de Centrale Raad van Beroep had het dagelijks bestuur nog geen nieuw besluit genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep van appellant niet slaagt omdat het verzoek om permanente ontheffing niet aan de orde was in het bestreden besluit en de beoordeling daarvan opnieuw bij het dagelijks bestuur ligt. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak benadrukt dat tijdelijke ontheffingen wegens dringende redenen mogelijk zijn, maar permanente ontheffing alleen kan worden verleend indien duurzaam en volledige arbeidsongeschiktheid is vastgesteld volgens de Wet WIA. De Raad stelt dat de beoordeling van deze arbeidsongeschiktheid zorgvuldig en gemotiveerd moet plaatsvinden, en dat het dagelijks bestuur deze taak moet uitvoeren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot tijdelijke ontheffing en wijst het verzoek om permanente ontheffing af wegens onvoldoende bewijs van duurzame arbeidsongeschiktheid.