Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Uitspraak van de rechtbank
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving van 2003 tot 2006 een WAZ-uitkering die per 22 november 2006 werd beëindigd na medisch en arbeidskundig onderzoek, omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Bij een ambtshalve herbeoordeling bleef de intrekking in stand, ondanks een theoretische schatting van 41,03% arbeidsongeschiktheid, omdat praktisch gezien het verlies aan verdiencapaciteit slechts 11,23% bedroeg.
In 2023 diende appellant een verzoek in om terug te komen op het besluit uit 2006, met het argument dat zijn gezondheid sinds 2001 was gewijzigd. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden die herziening rechtvaardigen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de beoordeling van het UWV zorgvuldig en inhoudelijk juist was, mede gelet op het arbeidskundig rapport van oktober 2023.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Er waren geen nieuwe feiten die herziening rechtvaardigden en geen bewijs van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 2006. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de beëindiging van de WAZ-uitkering per 2006 in stand blijft en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de beëindiging van de WAZ-uitkering per 22 november 2006.