Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd op grond van vermeende toegenomen beperkingen sinds 8 februari 2022, voortvloeiend uit dezelfde ziekteoorzaak als de eerdere WIA-uitkering die per 14 mei 2020 werd beëindigd. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat de beperkingen niet zijn toegenomen binnen de wettelijke termijn van vijf jaar.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarbij zij het medisch onderzoek en de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig en overtuigend heeft beoordeeld. Appellant voerde aan dat zijn psychische en fysieke klachten, waaronder chronische pijn en jicht, waren toegenomen, mede door ingrijpende persoonlijke omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht het besluit van het UWV in stand heeft gelaten. De Raad concludeert dat de medische informatie die appellant heeft ingebracht geen aanleiding geeft om het oordeel over de belastbaarheid per 8 februari 2022 te wijzigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar.