Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:424

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
25/927 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 3.2.2 Besluit langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende noodzaak 24-uurszorg

Appellant, geboren in 2009 met lichamelijke en verstandelijke beperkingen, vroeg op 2 mei 2023 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag op 21 juni 2023 af wegens het ontbreken van een onderbouwde noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid en het ontbreken van een stabiele eindsituatie.

Appellant maakte bezwaar en tijdens de bezwaarprocedure bracht de medisch adviseur van het CIZ op 9 oktober 2023 een medisch advies uit, waarin werd geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor 24-uurszorg. Na aanvullende medische informatie en een hoorzitting op 7 november 2023 stelde de medisch adviseur op 14 november 2023 dat appellant weliswaar op dit moment 24-uurszorg nodig had, maar dat de blijvendheid daarvan niet kon worden vastgesteld.

Het CIZ verklaarde het bezwaar ongegrond op 28 november 2023. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit op 2 mei 2025. Appellant ging in hoger beroep, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de medische informatie onvoldoende was meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de medisch adviseur voldoende informatie had betrokken en dat de afwijzing terecht was omdat geen blijvende noodzaak voor 24-uurszorg was vastgesteld.

De Raad wees ook de aanvullende medische informatie van januari 2025 af als onvoldoende om een blijvende zorgbehoefte aan te tonen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand bleef en appellant geen proceskostenvergoeding kreeg.

Uitkomst: De aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wordt afgewezen wegens het ontbreken van een blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/927 WLZ
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2025, 23/7989 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het CIZ
Datum uitspraak: 15 april 2026

SAMENVATTING

Het gaat in deze zaak om de vraag of appellant in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat het CIZ op zorgvuldige en toereikende wijze heeft gemotiveerd dat ten tijde van het bestreden besluit geen blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld. Dit betekent dat het CIZ de aanvraag van appellant voor zorg op grond van de Wlz terecht heeft afgewezen.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingediend. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 maart 2026. Voor appellant is mr. Küçükünal verschenen. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Bozdag en mr. J.E. Koedood.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 2009, is bekend met lichamelijke problematiek en een verstandelijke beperking. Namens appellant is op 2 mei 2023 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.2.
Met een besluit van 21 juni 2023 heeft het CIZ de aanvraag afgewezen. Het CIZ heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet onderbouwd kan worden en er daarnaast geen sprake is van een stabiele eindsituatie.
1.3.
Appellant heeft tegen het besluit van 21 juni 2023 bezwaar gemaakt.
1.4.
Hangende de bezwaarprocedure heeft een medisch adviseur van het CIZ (hierna: medisch adviseur) op 9 oktober 2023 een medisch advies uitgebracht en daarin, onder meer, het volgende vermeld. De grondslag somatische aandoening kan worden gesteld. De grondslag verstandelijke handicap kan niet worden gesteld. Nader onderzoek dient te worden afgewacht alvorens bezien kan worden van welke grondslag(en) gesproken kan worden en welke mate/intensiteit van zorg en ondersteuning nodig zal zijn. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat voor de somatische problematiek 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen.
1.5.
Op 7 november 2023 heeft een telefonische hoorzitting plaatsgevonden. Voorafgaand aan de hoorzitting heeft appellant medische informatie overgelegd, namelijk een verslag van een psychologisch onderzoek van 17 juli 2023, waaruit blijkt dat bij appellant een totaal IQ van 65 is vastgesteld, en een brief van een kinder- en jeugdpsychiater van het Erasmus MC van 31 oktober 2023.
1.6.
Op 14 november 2023 heeft de medisch adviseur een aanvullend medisch advies uitgebracht en daarin, onder meer, het volgende vermeld. Uit de recent ontvangen medische informatie lijkt verzekerde op zeer laag tot laag niveau te functioneren. Naast de reeds gestelde grondslag somatische aandoening kan de grondslag verstandelijke handicap gesteld worden. De grondslag verstandelijke handicap heeft de grootste zorgvraag. Geconcludeerd dient te worden dat verzekerde momenteel is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De inschatting van de kinder- en jeugdpsychiater is dat uit het intelligentieonderzoek een betrouwbare score is gekomen en dat in eventuele volgende onderzoeken vergelijkbare scores behaald zullen worden. Echter, er valt nog niet op te maken dat sprake is van een eindsituatie ten aanzien van de ontwikkeling. Verzekerde volgt VSO Cluster 3 ZML-onderwijs (waarbij ZML staat voor ‘zeer moeilijk lerend’) waarvan de uitstroommogelijkheid nog niet vaststaat. Verder is verzekerde op dit moment pas 14 jaar oud. Het brein is op deze leeftijd nog in ontwikkeling. Daarbij is, gezien de verstandelijke beperking van verzekerde, te verwachten dat het brein zich langer door zal ontwikkelen dan gemiddeld. Leeftijdsspecifieke problemen (pubertijd) spelen ook een rol in het heden aangegeven klachtenpatroon. Het aanleren van nieuwe vaardigheden voor onder andere het vergroten van de zelfredzaamheid loopt daardoor ook vertraagd. De blijvendheid van de aard en de mate van de beperkingen kan hierdoor heden niet eenduidig vastgesteld worden. Geconcludeerd dient te worden dat verzekerde ‘vooralsnog niet is aangewezen op blijvende 24 uur per dag zorg in de nabijheid’.
1.7.
Met een besluit van 28 november 2023 (bestreden besluit) heeft het CIZ het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en hieraan het medisch advies van 9 oktober 2023, aangevuld op 14 november 2023, ten grondslag gelegd.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft hiertoe, samengevat, overgewogen dat het CIZ op zorgvuldige en toereikende wijze heeft gemotiveerd dat ten tijde van het bestreden besluit geen blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft het CIZ zich hierbij mogen baseren op het advies van zijn medisch adviseur van 9 oktober 2023, aangevuld op 14 november 2023, omdat dit op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De rechtbank heeft hierbij van belang geacht dat de medisch adviseur dossierstudie heeft verricht en de beschikbare medische informatie bij de beoordeling heeft betrokken. Niet is gebleken van andere beredeneerde medische inzichten omtrent de blijvendheid van de bestaande zorgbehoefte.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft daartegen aangevoerd dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest, omdat de medisch adviseur appellant niet zelf heeft onderzocht. Daarnaast is volgens appellant niet duidelijk geworden in hoeverre de tijdens de hoorzitting van 7 november 2023 aangevoerde gronden nog zijn meegenomen in de besluitvorming. Volgens appellant volgt verder uit de aanwezige medische informatie dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. In dat kader heeft appellant gewezen op in hoger beroep overgelegde aanvullende medische informatie van de afdeling dermatologie van het Erasmus MC van januari 2025.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De te beoordelen periode in deze zaak loopt van 2 mei 2023 (datum aanvraag) tot en met 28 november 2023 (datum bestreden besluit).
Zorgvuldigheid van het onderzoek
4.2.
De beroepsgrond dat het onderzoek van het CIZ onzorgvuldig is geweest, slaagt niet. Naar aanleiding van de aanvraag van appellant heeft een indicatiesteller van het CIZ een huisbezoek afgelegd waarbij met appellant en zijn moeder is gesproken. Zoals de Raad eerder heeft overwogen, is hiermee voldaan aan artikel 3.2.2, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg waarin is bepaald dat de voorbereiding van een indicatiebesluit in ieder geval een onderzoek van de verzekerde in persoon omvat. [1] In bezwaar heeft de medisch adviseur de beschikbare (medische) informatie bij het onderzoek betrokken. Op grond hiervan heeft de medisch adviseur zich een duidelijk beeld kunnen vormen. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de medisch adviseur appellant in persoon had moeten onderzoeken.
4.3.
Anders dan appellant heeft aangevoerd heeft de medisch adviseur in de aanvulling van het medisch advies van 14 november 2023 de medische informatie die voorafgaand aan de hoorzitting is aangeleverd, en waar appellant tijdens de hoorzitting op heeft gewezen, op inzichtelijke wijze bij zijn beoordeling betrokken. Dat de medisch adviseur de door appellant voorafgaand aan de hoorzitting overgelegde medische informatie heeft meegewogen in zijn beoordeling, blijkt alleen al uit de omstandigheid dat de medisch adviseur aan de hand van deze informatie de grondslag verstandelijke handicap heeft gesteld en heeft vastgesteld dat thans sprake is van een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Blijvende zorgbehoefte
4.4.
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat het CIZ het bestreden besluit mocht baseren op het advies van de medisch adviseur van 9 oktober 2023, aangevuld op 14 november 2023. Daarin is geconcludeerd dat appellant (op grond van de grondslag verstandelijke handicap) momenteel is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid, maar dat nog niet vast te stellen is dat appellant hier blijvend op zal zijn aangewezen. In wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de Raad geen steun gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. Hieraan wordt nog het volgende toegevoegd.
4.5.
De medisch adviseur van het CIZ heeft vastgesteld dat appellant op grond van de grondslag somatische aandoening niet is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Uit de in hoger beroep overgelegde informatie van de afdeling dermatologie van het Erasmus MC van januari 2025 kan evenmin worden afgeleid dat appellant als gevolg van de grondslag somatische aandoening is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De Raad komt dan ook niet toe aan de vraag of deze zorgbehoefte blijvend is.

Conclusie en gevolgen

4.6.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.C.A. Bruggeman in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

(getekend) C.W.C.A. Bruggeman

(getekend) F.M. Gerritsen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hemzelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a.
blijvend:van niet voorbijgaande aard;
b.
permanent toezicht:onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c.
ernstig nadeel voor de verzekerde:een situatie waarin de verzekerde:
1°.zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°.zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°.ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°.ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d.
zelfzorg:de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e.
regieproblemen:beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
(…)
Besluit langdurige zorg
Artikel 3.2.1, eerste lid
De voorbereiding van een indicatiebesluit omvat in ieder geval een onderzoek van de verzekerde in persoon.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 20 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:968.