ECLI:NL:CRVB:2026:417
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten school Amsterdam wegens ontbreken bewijs geschikte school woonplaats
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de reiskosten die haar minderjarige dochter moet maken om onderwijs te volgen op een school in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees deze aanvraag af, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er geen geschikte school in haar woonplaats beschikbaar was.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat er in mei 2022 geen plek meer was bij een school in haar woonplaats en dat het vakkenpakket dat haar dochter volgt niet werd aangeboden door scholen in de woonplaats. Ook voerde zij aan dat haar dochter het goed naar haar zin had op de school in Amsterdam en dat het onredelijk was om van haar te verlangen opnieuw van school te wisselen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante deze stellingen onvoldoende had onderbouwd. Er was geen bewijs geleverd dat het vakkenpakket niet beschikbaar was in de woonplaats of dat er sprake was van een spoedeisende situatie die het onmogelijk maakte informatie in te winnen bij scholen in de woonplaats. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor schoolreiskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bewijs voor onmogelijkheid van passend onderwijs in de woonplaats.