ECLI:NL:CRVB:2026:40
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering van maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor ongedocumenteerden
In deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2026, wordt de weigering van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aan een ongedocumenteerde appellant behandeld. De appellant, geboren in 1946 en zonder Nederlandse nationaliteit of verblijfsvergunning, verbleef in 2023 en 2024 in een opvang voor ongedocumenteerden. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 22 februari 2023 om zorg te inventariseren en de benodigde voorzieningen te verstrekken, waarbij hij zich beriep op zijn recht op ouderenzorg, onafhankelijk van zijn verblijfsstatus.
Het college heeft het verzoek op 10 oktober 2023 afgewezen, met als argument dat de appellant, vanwege zijn verblijfsstatus, geen recht heeft op voorzieningen op grond van de Wmo 2015. De Raad oordeelt dat het koppelingsbeginsel uit de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is, waardoor ongedocumenteerden geen aanspraak kunnen maken op deze voorzieningen. De rechtbank Amsterdam had eerder het beroep van de appellant tegen het besluit van het college ongegrond verklaard, wat door de Raad wordt bevestigd. De Raad concludeert dat de appellant in de beoordelingsperiode gebruik maakte van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) en dat er geen lacune was in de zorgvoorzieningen, zoals de appellant stelde. De uitspraak van de rechtbank blijft dan ook in stand, en de appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.