ECLI:NL:CRVB:2026:399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en financiële situatie
Appellant en zijn partner ontvingen sinds 2010 bijstand, die in 2021 werd beëindigd. Zij dienden in januari 2022 een nieuwe aanvraag in, waarbij bleek dat meer personen in de woning verbleven dan opgegeven. Na een tweede aanvraag in juni 2022 vroeg het college om financiële informatie, waarop appellant en zijn partner bankafschriften en verklaringen over leningen en contante steun overlegden.
Huisbezoeken in april en juli 2022 toonden afwijkingen in de woon- en leefsituatie. Het college wees de aanvraag af wegens onduidelijkheid over wie in de woning woont en onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie, met name over de herkomst van inkomsten en de dekking van vaste lasten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel duidelijkheid had gegeven over zijn woon- en leefsituatie, maar reageerde niet op de regiebrief waarin werd gewezen op de onduidelijke financiële situatie. De Raad concludeerde dat deze onduidelijke financiële situatie voldoende grond is voor afwijzing en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd vanwege onduidelijke woon- en financiële situatie.