ECLI:NL:CRVB:2026:382
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening en schadevergoeding bij bijzondere bijstand fysiotherapie
De zaak betreft een verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 december 2019, waarin de afwijzing van twee aanvragen om bijzondere bijstand voor fysiotherapiekosten werd bevestigd. De oorspronkelijke afwijzing was gebaseerd op het bestaan van een voorliggende voorziening.
De Raad benadrukt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die de verzoeker niet kende en ook niet had kunnen kennen, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoeker heeft geen dergelijke nieuwe feiten gesteld.
Verzoeker voerde onder meer aan dat geen sprake was van een voorliggende voorziening, dat er dringende redenen waren, en dat de besluitvorming in strijd was met diverse artikelen van de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en internationale verdragen. De Raad oordeelt dat deze argumenten een hernieuwde discussie betreffen die niet past binnen het bijzondere rechtsmiddel van herziening.
Het verzoek om herziening en het verzoek om schadevergoeding worden daarom afgewezen. De eerdere uitspraak blijft in stand, en verzoeker krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen; de eerdere afwijzing van bijzondere bijstand blijft in stand.