Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Groningen over de voortzetting van zijn Wmo-indicatie voor beschermd wonen. Het college had op 16 oktober 2024 een besluit genomen voor de periode van 8 september 2024 tot 7 september 2025. Appellant stelde dat er geen rechtsgeldige bekendmaking was en dat hij onrechtmatig uit zijn kamer was gezet op 18 april 2025.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat er ten tijde van het beroep geen sprake was van het niet tijdig nemen van een besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat artikel 6:2 Awb Pro niet van toepassing is als al een besluit is genomen. Appellant had ook niet gereageerd op de vraag van het college of zijn ingebrekestelling als melding moest worden opgevat.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de vermeende schadeoorzaak, de uitzetting, niet ter beoordeling lag in deze procedure. Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.