ECLI:NL:CRVB:2026:31
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag 24-uurszorg op grond van de Wet langdurige zorg wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, bekend met een autismespectrumstoornis en zwakbegaafdheid, vroeg op 28 juni 2023 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat er geen medische noodzaak was voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. De rechtbank bevestigde dit besluit op 5 juli 2024.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar zelfredzaamheid fors was afgenomen en dat zij intensieve ondersteuning nodig had, onderbouwd met een zorgplan van Huttner Zorg. De Raad oordeelde echter dat appellante niet met recente medische stukken had aangetoond dat zij niet in staat is om adequaat om hulp te vragen en dat er geen reëel risico op ernstig nadeel bestaat.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de noodzaak van 24 uur per dag zorg niet geobjectiveerd kon worden. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de afwijzing van het CIZ in stand bleef. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor 24 uur per dag zorg op grond van de Wlz wordt bevestigd wegens ontbreken van medische noodzaak.