ECLI:NL:CRVB:2026:307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.C.A. Bruggeman
- K.H. Sanders
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep zonder tegemoetkoming
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het college van burgemeester en wethouders van Den Haag was veroordeeld tot het nemen van nieuwe beslissingen op bezwaar over jeugdhulpvoorzieningen. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft het college een nadere beslissing genomen waarbij aan appellant een bedrag van €40.150,81 is toegekend voor jeugdhulp.
Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van appellant medegedeeld dat de gronden van het hoger beroep niet langer worden gehandhaafd en heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Tegelijkertijd verzocht appellant om het college te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep niet is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen, maar omdat het college uitvoering gaf aan de eerdere uitspraak. Daarom is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt dan ook afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2026, waarbij de voorzitter en leden het verzoek hebben afgewezen en de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het hoger beroep niet is ingetrokken wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan.