ECLI:NL:CRVB:2026:3
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij de uitspraak pas later had kunnen lezen en begrijpen, en dat hij daarna juridisch advies heeft ingewonnen om het beroepschrift op te stellen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en overwogen dat de uitspraak naar het juiste adres was verzonden, maar dat appellant niet voldoende heeft toegelicht waarom hij de termijn heeft overschreden. Ook al was het wenselijk geweest dat de brief waarin om een verklaring voor de termijnoverschrijding werd gevraagd eerder was verzonden, dit leidt niet tot het oordeel dat appellant niet in verzuim was.
De Raad concludeert dat er geen wettelijke termijn geldt voor het versturen van dergelijke brieven en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om het verzet gegrond te verklaren. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.