Betrokkene, die sinds 2015 arbeidsongeschikt is vanwege psychische klachten en niet-aangeboren hersenletsel, kreeg een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van circa 37,5%. Na een verslechtering van zijn gezondheid stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35-45% en besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name vanwege onvoldoende aandacht voor niet-aangeboren hersenletsel, en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen met een lagere belastbaarheid.
Het UWV ging in hoger beroep en schakelde een onafhankelijke verzekeringsarts in die uitgebreid onderzoek deed, inclusief huisbezoek en overleg met de behandelend psychiater en neuroloog. Deze deskundige concludeerde dat de beperkingen en urenbelastbaarheid van vier uur per dag en twintig uur per week medisch verantwoord zijn. Betrokkene betwistte dit, maar de Raad vond de deskundigenrapporten zorgvuldig en overtuigend gemotiveerd.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover die het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen, bevestigde de rest van de uitspraak en verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV ongegrond. De WIA-uitkering wordt dus ongewijzigd voortgezet. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.