ECLI:NL:CRVB:2026:257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar het beroepschrift is na afloop van de wettelijke termijn ontvangen. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en begon te lopen op de dag na de bekendmaking van de aangevallen uitspraak op 22 oktober 2025.
De gemachtigde van appellant diende het beroepschrift op 4 december 2025 in, één dag na het verstrijken van de termijn. Hoewel de gemachtigde een verklaring gaf voor de termijnoverschrijding, waaronder de verwachting dat het UWV de uitspraak zou uitvoeren, de juridische complexiteit en de gezondheidssituatie van appellant, werden deze omstandigheden niet als (heel) bijzonder en verschoonbaar beoordeeld.
De Raad benadrukt dat bij professionele rechtshulpverlener het risico van tijdige indiening bij die partij ligt en dat een pro forma hoger beroep tijdig had kunnen worden ingesteld om de termijn te waarborgen. Gezien het ontbreken van verschoonbare omstandigheden is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.