Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 maart 2023 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, militair bij de Koninklijke Marine, werd op 3 februari 2021 ontslagen wegens wangedrag omdat hij meer dan de gebruikershoeveelheid softdrugs in bezit had, wat in strijd is met het drugsbeleid van Defensie. Dit was wettig en overtuigend bewezen door een strafrechterlijke uitspraak die in kracht van gewijsde was gegaan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen het ontslagbesluit gegrond vanwege een motiveringsgebrek over de evenredigheid van het ontslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit na nadere toelichting van de staatssecretaris. Zowel appellant als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep van appellant faalt omdat het vonnis van de strafrechter als dwingend bewijs geldt en het wangedrag appellant kan worden toegerekend. Het ontslag is in overeenstemming met het drugsbeleid dat hoge eisen stelt aan militairen. Het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris slaagt omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waardoor het ontslag in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens bezit van meer dan de gebruikershoeveelheid softdrugs blijft in stand.