ECLI:NL:CRVB:2026:221

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
25/898 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring Centrale Raad van Beroep ongegrond verklaard

In de uitspraak van 22 juli 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het door appellant ingestelde beroep. Appellant heeft hiertegen tijdig verzet ingesteld en stelde dat de onbevoegdverklaring zijn recht op toegang tot de rechter schendt, verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro.

De Raad heeft het verzet behandeld op de zitting van 13 januari 2026, waarbij partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat appellant niet heeft onderbouwd waarom de Raad bevoegd zou zijn en dat ook na ambtshalve onderzoek geen aanwijzingen voor bevoegdheid zijn gevonden.

Daarmee zijn er geen gronden om het eerdere oordeel te herzien. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier C.E.A. Tessemaker, en uitgesproken op 24 februari 2026.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring wordt ongegrond verklaard en het eerdere oordeel gehandhaafd.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 februari 2026
25/ 898 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/898 PW-V
Uitspraak op het verzet tegen de uitspaak van 22 juli 2025.
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 22 juli 2025 heeft de Raad zich onder verwijzing naar vaste rechtspraak onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde beroep kennis te nemen.
Appellant heeft tijdig verzet ingediend. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 januari 2026. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

OVERWEGINGEN

In zijn verzet stelt appellant, kort samengevat, dat de Raad hem de toegang tot de rechter ontzegt door zich onbevoegd te verklaren. Dit is een schending van zijn mensenrechten op grond van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Raad overweegt dat appellant in zijn verzet niet heeft onderbouwd waarom de Raad in deze zaak bevoegd zou zijn. Ook na ambtshalve onderzoek is dat niet gebleken. Daarmee zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in de uitspraak van 22 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat de Raad niet bevoegd zou zijn. Ook overigens heeft appellant geen gronden aangevoerd die leiden tot een ander oordeel. Dat betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van C.E.A. Tessemaker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) C.E.A. Tessemaker