Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.[naam zoon] heeft een spastische unilaterale cerebrale parese rechts.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon met een spastische unilaterale cerebrale parese. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvraag afgewezen op grond van een negatief advies van het CIZ, dat concludeerde dat de zorgscore onvoldoende was om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 7a van de AKW.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de medische onderbouwing voor een hogere zorgscore ontbrak en dat de Svb het besluit voldoende had gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het CIZ-advies onzorgvuldig was, dat haar zoon nooit persoonlijk was gezien door het CIZ, en dat de paniekaanvallen van haar zoon onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelt dat het CIZ-advies zorgvuldig tot stand is gekomen op basis van medische gegevens en verslagen van betrokken professionals, en dat de paniekaanvallen niet direct verband houden met de cerebrale parese en dus niet leiden tot een hogere zorgscore. Ook het feit dat in 2016 wel dubbele kinderbijslag werd toegekend, is niet relevant voor de beoordeling van de huidige aanvraag. Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2022 wordt afgewezen wegens onvoldoende intensieve zorgbehoefte.