ECLI:NL:CRVB:2026:2
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard wegens niet betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het griffierecht is niet betaald, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De echtgenoot van appellante deed verzet en stelde dat hij gemachtigd was om het hoger beroep namens appellante af te handelen, en dat correspondentie ten onrechte niet aan hem was gericht.
De Raad heeft vastgesteld dat de overgelegde machtiging niet rechtsgeldig was omdat deze niet was ondertekend. Hierdoor kon de echtgenoot niet als gemachtigde worden aangemerkt en was er geen reden om correspondentie aan hem te sturen. Appellante heeft geen ondertekende machtiging overgelegd en geen reactie gegeven op de mededelingen van de Raad.
De Raad concludeert dat appellante in verzuim is geweest door het griffierecht niet te betalen en dat het verzet daarom ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 januari 2026.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging.