Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vervolgingsslachtoffer met psychische en lichamelijke klachten, verzocht vergoeding van yogalessenkosten over januari tot mei 2024. Verweerder weigerde deze vergoeding omdat de yogadocent geen lid is van een erkende beroepsvereniging, een vereiste volgens het beleid.
De Raad bevestigt dat op grond van de Wuv vergoeding kan worden toegekend voor noodzakelijke voorzieningen, maar dat verweerder kwaliteitseisen mag stellen, waaronder het lidmaatschap van een erkende beroepsvereniging voor niet-medische therapeutische voorzieningen zoals yogalessen.
Hoewel appellant al jarenlang yogalessen vergoed krijgt, is het beleid sinds de jaren ’90 dat vergoeding slechts voor maximaal één jaar en bij lidmaatschap van een beroepsvereniging geldt. De Raad oordeelt dat verweerder terecht het verzoek afwijst en dat appellant geen recht heeft op vergoeding van de kosten over de gevraagde periode.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van yogalessenkosten blijft in stand.