ECLI:NL:CRVB:2026:166
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten haptotherapie wegens niet-erkende behandelaar
Appellant, een vervolgingsslachtoffer met erkende psychische en lichamelijke klachten, verzocht vergoeding van kosten voor haptotherapie over een periode van twee maanden. De vaste behandelaar was afwezig, waardoor een vervangend behandelaar de therapie uitvoerde.
Verweerder weigerde de vergoeding omdat de vervangend behandelaar niet was ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten en de declaraties betrekking hadden op craniosacraal therapie, een niet-erkende therapievorm. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat verweerder terecht kwaliteitseisen stelt aan haptotherapeuten, waaronder lidmaatschap van een erkende beroepsvereniging, en dat de vervangend behandelaar hier niet aan voldeed. Hoewel appellant al jarenlang vergoedingen ontving, blijft het beleid onverkort van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen vergoeding of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van haptotherapiekosten wordt ongegrond verklaard.