Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.011,51;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 193,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV over haar Ziektewet-uitkering. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar en zette de uitkering per 9 december 2022 voort. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat aan appellante was tegemoetgekomen door het UWV en dat de intrekking van het hoger beroep daarom gerechtvaardigd was. Er waren geen kosten in bezwaar aangetoond, zodat de proceskostenvergoeding zich beperkte tot de kosten in beroep en hoger beroep.
De Raad begrootte de proceskosten op in totaal € 2.802,- plus vergoeding van medische facturen en het betaalde griffierecht. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van € 3.011,51 aan proceskosten en het griffierecht van € 193,-.
De zaak werd zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 8 januari 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.011,51 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht na intrekking van het hoger beroep.