ECLI:NL:CRVB:2026:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 41,52% in hoger beroep WIA-uitkering
Appellante was het niet eens met de vaststelling van het UWV dat zij 41,52% arbeidsongeschikt is en stelde dat zij meer medische beperkingen heeft dan aangenomen. Na een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief meerdere rapporten en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), concludeerde het UWV dat de geselecteerde functies passend zijn en de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep opnieuw aan dat haar psychische en fysieke beperkingen zwaarder wegen, onderbouwd met aanvullende medische rapporten en verslagen van De Viersprong en verzekeringsarts Gerritze.
De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist en volledig was, dat de psychische klachten waren onderkend en vertaald in beperkingen, en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. Ook werd het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante 41,52% bedraagt en verklaart het hoger beroep ongegrond.