ECLI:NL:CRVB:2026:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 41,52% in hoger beroep WIA-uitkering
Appellante, voormalig mechanisch operator, maakte bezwaar tegen het UWV-besluit waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 41,52% per 11 september 2021. Zij stelde dat zij meer medische beperkingen had dan het UWV aannam. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, concludeerde het UWV dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat passende functies beschikbaar waren.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van ernstige psychische en persoonlijkheidsproblematiek en verwees naar aanvullende medische rapporten en verslagen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd was, en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst passend waren. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten omdat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante 41,52% bedraagt en wijst het hoger beroep af.