ECLI:NL:CRVB:2026:153
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en rentevergoeding na intrekking hoger beroep Wajong-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg over een Wajong-uitkering en verzocht tevens om vergoeding van schade en proceskosten. Het UWV nam een gewijzigde beslissing op bezwaar en bracht appellant met ingang van 4 oktober 2021 alsnog in aanmerking voor een Wajong-uitkering. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad stelde vast dat het UWV zich niet verzette tegen de proceskostenveroordeling en schadevergoeding. Omdat partijen geen zitting wensten, werd de zaak zonder zitting afgedaan. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Awb veroordeeld moet worden tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, begroot op € 934,-, en tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht van € 138,-. De uitspraak verwijst naar een eerdere uitspraak van de Raad uit 2012 voor de wijze van renteberekening. Hiermee is het verzoek van appellant volledig toegewezen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, wettelijke rente en griffierecht na intrekking van het hoger beroep.