ECLI:NL:CRVB:2026:108
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2022 wegens inkomensnorm en beleidsvrijheid gemeente
Appellante heeft op 1 december 2022 een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade heeft deze aanvraag op 13 december 2022 afgewezen omdat het inkomen van appellante hoger was dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Dit besluit is na bezwaar op 19 april 2023 gehandhaafd.
De rechtbank Limburg heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Zij oordeelde dat het college het inkomen van appellante correct had vastgesteld over de maanden september tot en met november 2022, en dat de peildatum voor de toeslag de datum van aanvraag is, namelijk 1 december 2022. De rechtbank stelde vast dat het college beleidsvrijheid heeft bij het vormgeven van de energietoeslag, waaronder het bepalen van de doelgroep en inkomensgrenzen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat per 1 januari 2023 een hogere bijstandsnorm geldt en dat andere gemeenten mogelijk een ander beleid voeren. De Raad oordeelt dat deze gronden niet slagen omdat de peildatum voor de toeslag de datum van aanvraag is en de wetgever gemeenten beleidsvrijheid geeft. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule of artikel 4:84 Awb Pro rechtvaardigen.
Verder is geoordeeld dat het college terecht heeft afgezien van het horen van appellante in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of wettelijke rente.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige energietoeslag 2022 wordt afgewezen omdat het inkomen van appellante hoger is dan de norm en er geen dringende redenen zijn voor afwijking.