ECLI:NL:CRVB:2026:103
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2022 wegens inkomensgrens en beleidsvrijheid gemeente
Appellant, ontvanger van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, vroeg op 14 december 2022 een eenmalige energietoeslag aan bij het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade. Het college wees de aanvraag af omdat het inkomen van appellant meer dan 120% van de toepasselijke norm bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college het inkomen correct had vastgesteld volgens de Participatiewet.
Appellant voerde onder meer aan dat het college het gelijkheidsbeginsel schond omdat andere gemeenten een hogere inkomensnorm hanteren, en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege zijn alimentatieverplichting en kosten bewindvoering. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij het bepalen van de doelgroep en inkomensgrens en dat er geen dringende redenen waren om van het beleid af te wijken.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat het college bij de beleidsregels rekening heeft gehouden met huishoudens die net boven de inkomensgrens vallen en dat het college geen uitzonderingen kan maken om de regeling uitvoerbaar en helder te houden. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat appellant daarom niet gehoord hoefde te worden.
De Raad wees het hoger beroep af, liet de kostenveroordeling in stand en wees een vergoeding van proceskosten en wettelijke rente af.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige energietoeslag 2022 wordt afgewezen omdat het inkomen van appellant boven de inkomensgrens ligt en het college geen uitzonderingen kan maken.