ECLI:NL:CRVB:2025:895
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking Wajong-uitkering tot 85% wegens andere zorgvoorziening
Appellant, met een autismespectrumstoornis en andere beperkingen, vroeg om verhoging van zijn Wajong-uitkering tot 100% van het wettelijk minimumloon wegens hulpbehoevendheid. Het UWV kende een verhoging toe tot 85% omdat appellant via de Wet langdurige zorg (Wlz) al zorg ontvangt via een persoonsgebonden budget (pgb).
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. Appellant voerde hoger beroep aan met het argument dat geen sprake is van dubbele vergoeding en dat hij recht heeft op 100% verhoging. Tevens stelde hij dat het UWV het gelijkheidsbeginsel schond en onvoldoende onderzoek deed.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht rekening hield met de andere zorgvoorziening en dat de beperking tot 85% conform de beleidsregel is. Appellant slaagde er niet in aan te tonen dat het UWV gelijke gevallen ongelijk behandelde. Ook was het UWV niet verplicht een hoorzitting te houden omdat appellant en zijn moeder daarvan afzagen.
Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Wajong-uitkering van appellant wordt terecht beperkt tot 85% van de grondslag vanwege reeds ontvangen zorg via een andere voorziening.