ECLI:NL:CRVB:2025:880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot wijziging AOW-pensioen, terugvordering en toekenning AIO
Appellant ontving sinds november 2018 een AOW-pensioen voor alleenstaanden en is in 2019 getrouwd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wijzigde het pensioen met terugwerkende kracht naar een gehuwdenpensioen en vorderde te veel ontvangen AOW terug. Tevens werd een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) toegekend vanaf april 2022.
Appellant stelde bezwaar tegen deze besluiten, maar richtte in beroep alleen gronden tegen de ingangsdatum van de AIO. In hoger beroep heeft hij gronden aangevoerd tegen de wijziging van het AOW-pensioen en de terugvordering, maar deze zijn niet ontvankelijk omdat appellant deze in eerdere procedures bewust niet aanvoerde.
De Raad heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De wijziging van het AOW-pensioen, de terugvordering en de ingangsdatum van de AIO blijven ongewijzigd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, nadat appellant en de Svb geen gebruik maakten van hun recht op mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.