ECLI:NL:CRVB:2025:819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over de aanmerkelijkheid van brieven als aanvraag onder de Wmo 2015 en verzoek om proceskostenvergoeding
In deze zaak gaat het om de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Haarlem brieven van appellant over zijn maatwerkvoorziening had moeten aanmerken als melding en als aanvraag als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De Centrale Raad van Beroep heeft deze vragen ontkennend beantwoord. Appellant, vertegenwoordigd door mr. J. Sprakel, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de e-mail van 5 november 2021 niet als melding kon worden aangemerkt en dat de e-mail van 18 januari 2022 geen aanvraag was, omdat er geen onderzoek had plaatsgevonden. De Raad heeft de hoger beroepen gelijktijdig behandeld met andere zaken van appellant en heeft de argumenten van appellant in hoger beroep grotendeels herhaald. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraken. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht, omdat de hoger beroepen niet slagen. De uitspraak is gedaan op 28 mei 2025.