ECLI:NL:CRVB:2025:805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering met 74,18% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 23 november 2022 een WIA-uitkering toe te kennen met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 74,18%. Hij stelt dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige als zorgvuldig en goed gemotiveerd heeft beoordeeld. De medische rapporten toonden aan dat appellant beperkingen heeft, maar dat hij wel in staat is om passende functies te verrichten, met een maximale belastbaarheid van vier uur per dag.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende medische stukken ingediend, maar deze betroffen grotendeels een latere periode dan de datum in geschil en boden geen nieuwe inzichten die het eerdere oordeel konden wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit bevestigd. De Raad concludeert dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en de geselecteerde functies passend zijn.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 21 mei 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WIA-uitkering met 74,18% arbeidsongeschiktheid per 23 november 2022.