ECLI:NL:CRVB:2025:751
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit kostendelersnorm bij toekenning bijstand ondanks psychische klachten appellant
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om bijstand toe te kennen met toepassing van de kostendelersnorm, omdat appellant hoofdverblijf had bij zijn vader. De rechtbank had dit besluit bevestigd.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten en hulpbehoevendheid bijzondere omstandigheden vormden die afstemming van de kostendelersnorm rechtvaardigden. Tevens stelde hij dat hij dak- en thuisloos was en niet op het adres van zijn vader stond ingeschreven, en dat het college rekening had moeten houden met een wetswijziging.
De Raad overwoog dat het college terecht had vastgesteld dat appellant hoofdverblijf had bij zijn vader en dat geen reden was om van de kostendelersnorm af te wijken. De psychische klachten van appellant waren niet voldoende onderbouwd om afstemming te rechtvaardigen. Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toepassing van de kostendelersnorm blijft gehandhaafd.