ECLI:NL:CRVB:2025:728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Heropening WGA-vervolguitkering na medische herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig operator/verpakkingsmedewerker, meldde zich in 2011 ziek met klachten aan handen, nek en armen, en kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid onder 35%.
Na diverse onderzoeken en besluiten, waaronder een toekenning van een WGA-vervolguitkering in 2018, stelde het UWV deze uitkering in 2019 onterecht stop vanwege het ontbreken van toegenomen beperkingen sinds 2013. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar beperkingen waren toegenomen. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een zorgvuldige medische beoordeling uitvoerde en concludeerde dat er geen toename van beperkingen was, maar wel aanvullende functionele beperkingen die in een aangepaste FML werden verwerkt.
Op basis hiervan heropende het UWV de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,32%. De Raad vernietigde het eerdere besluit tot intrekking en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Appellante kreeg tevens een vergoeding voor proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het heropeningsbesluit wordt ongegrond verklaard.