ECLI:NL:CRVB:2025:719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege beperkingen in zelfredzaamheid, motoriek, kracht en tempo. Het UWV heeft na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat zij arbeidsvermogen heeft en heeft de uitkering geweigerd.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat zij in staat is om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank baseerde zich op medische rapporten, het Compendium Participatiewet en het feit dat appellante zelfstandig kan reizen, lessen kan volgen en stage lopen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar extreem verlaagde werktempo en de noodzaak van hulp en ondersteuning onvoldoende zijn meegewogen. Zij overhandigde nieuwe medische stukken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat deze nieuwe informatie geen aanleiding geeft tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen.