ECLI:NL:CRVB:2025:691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak. Het UWV heeft op 2 oktober 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Hierdoor heeft appellant op 30 oktober 2024 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geaccepteerd. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.554,-, en tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €136,-.
De uitspraak bevestigt dat intrekking van hoger beroep mogelijk is indien het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoetkomt en dat de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed dienen te worden. De rechtbank had het UWV reeds eerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.554,- en het griffierecht van €136,- aan appellant.