Appellant was automonteur en meldde zich ziek met rug- en heupklachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen per 30 januari 2020. Appellant betwistte deze beoordeling en overhandigde meerdere medische rapporten van eigen verzekeringsartsen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, verzekeringsarts Lemmers, die het UWV-standpunt onderschreef. Appellant voerde hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat Lemmers niet onafhankelijk was en onvoldoende onderzoek had gedaan, met name op psychisch gebied.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het deskundigenrapport overtuigend en zorgvuldig is opgesteld, dat er geen aanwijzingen zijn voor psychische problematiek, en dat de arbeidsdeskundige passende functies heeft geselecteerd. De Raad bevestigt het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 januari 2025.